Alles voor de reis. Een roman over liefde en leugens.
Omdat ik zelf een roman heb geschreven over een overspelige liefde, was ik benieuwd naar Alles voor de reis van Adriaan van Dis. Romans over ontrouw gaan over Passie, verwerking van (liefdes)verdriet, zelfinzicht en bevrijding, wraak en het (postuum) toe-eigenen van de geliefde. In mijn roman De houdbaarheid van woorden spelen passie, (liefdes)verdriet, zelfinzicht en bevrijding een belangrijke rol. Wraak vond ik bij Renate Rubinstein in Niets te verliezen en toch bang (1978), waarin ze de ontrouw van haar man gebruikt om hem publiekelijk tot op het bod te fileren. In Mijn beter ik (1991) eigent ze zich Simon Carmiggelt, ‘de meest getrouwde man van Nederland’ postuum toe en dwong ze de buitenwereld hun geheime liefde alsnog te erkennen.
Van Dis beschrijft een geheime relatie van 38 jaar. De roman speelt zich af in een hospice en gaat over de laatste weken van zijn geliefde, Eefje. Zij is een bekende tv-regisseur, die ook nog eens gehuwd is met een bekende schrijver.
Hij is haar minnaar, zij zijn minnares. Hun liefde moet geheim blijven. Ondanks zijn aandringen weigert zij haar echtgenoot, de Ander, te verlaten voor hem. “Een scheiding zou de Ander verwonden.”
Zij heeft gekozen om haar laatste weken in een hospice door te brengen zodat ze haar minnaar kan blijven zien. De Ander en de minnaar verdragen zich niet met elkaar.
In het boek wordt de rauwe realiteit van het hospice afgewisseld met verhalen over de 38 jaar die ze samen zijn geweest. Verhalen over haar, haar achtergrond, de zijne. Haar dode zusje, zijn vader die met vlakke hand sloeg. Hij vertelt over de reizen die ze samen hebben gemaakt. Ze halen mooie herinneringen op. Zo kunnen ze haar naderende dood even vergeten en zich terug wanen in een gelukkiger tijd: “De wereld groter maken dan het hospice.”
Tijdens het noten pellen in haar huisje buiten lezen we over de bittere kant aan hun liefde. “Er was een Ander.” Vooral de minnaar heeft hier last van. Hij telt zijn aandeel: vier dagen in haar buitenhuisje voor hem, drie voor de Ander in Amsterdam. De Ander kwam één uur per dag in het hospice, hij, de minnaar, was er de rest van de dag. Eefje die op een gegeven moment zegt “dat ze weet dat hij het beste bij haar past, maar dat dat niet meer kan vanwege…”. Ze wil hem haar huisje nalaten. Hij heeft ietsje meer dan de helft van haar as. Zij gaat mee zijn graf in.
Hij is voor velen in het leven van Eefje de grote onbekende, net zoals maar enkelen op de hoogte waren van de relatie van Renate Rubinstein met Simon Carmiggelt. Net als Rubinstein eigent Van Dis zich zijn geliefde postuum toe, hij maakt zich belangrijker dan de Ander, de echtgenoot. Hij wil erkenning voor hun liefde. Dat hierin ook wraak schuilt op de Ander, zou me niet verbazen.
Zijn verliefdheid op Eefje wordt intens beschreven. Hij vindt haar prachtig en probeert haar op allerlei manieren te behagen. Haar hebbelijke en onhebbelijke gewoontes lijken haar alleen maar begeerlijker voor hem te maken. Ze is zuinig, gierig misschien wel. Snaait in hotels hun lunch bij elkaar, maakt hem medeplichtig. Zij is een rommelmaker, hij heel netjes. Hij mag geen scheten laten onder het laken, niet boeren, niet te snel eten, moet zijn buik inhouden. Hij mag tijdens haar leven niet over hun liefde schrijven. “Het zou de Ander pijn doen.”
Hij houdt zich in, durft geen ruzie te maken. Desondanks blijft hij verliefd, wordt misschien nog verliefder. Zelfs in het hospice kan hij niet van haar afblijven. De scene waarin hij haar vermagerde benen likt, is schitterend. En ontroerend vond ik de schaamtevolle intimiteit, zoals het verschonen van haar luiers. Zonder sentimenteel te worden, is het afscheid en verdriet in vele passages aanwezig.
Alles voor de reis is een boeiende roman. De liefdesgeschiedenis is zeer invoelbaar beschreven. Het taalgebruik mooi, bijvoorbeeld: “Vaarwel Zuid-Afrika. Ik lees je liever dan dat ik je zie.” En “Eefje was aan haar verrekijker vastgeplakt.” Hoewel de reisverhalen interessant zijn, miste ik hierin de spanning en connectie met de realiteit van het naderende sterven. Ik had zelf graag wat meer willen weten over de motieven van de minnaar. En zou hij echt niet weten waarom Eefje de Ander niet kwijt wilde. Van Dis antwoordt: “Alles is waar behalve wat ik heb verzonnen.”
Uitgegeven door Uitgeverij Augustus, Atlas Contact, Amsterdam, 2026
Adriaan van Dis (2016). Uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Adriaan_van_Dis
Reactie plaatsen
Reacties